Methoden van dataverzameling

  
Buurt Info home
  
En verder...

© 1997-2008 OOSTVEEN

  

Sociale Atlas van Almere

 

Bewonersenquête Roosendaal

  

Bewonersenquête Capelle aan den IJssel

  

Wijkatlas Brunssum 1999 (met inventarisatie onder deskundigen)

  

 

  

    

Er zijn verschillende manieren om data te verzamelen voor een buurtmonitor. Elke methode heeft verschillende voor- en nadelen en vaak wordt een combinatie ingezet. De beschikbaarheid van belevingsgegevens wordt daarbij steeds belangrijker.
De volgende methoden worden besproken:

Van elke methode wordt ook een kort overzicht gegeven van de belangrijkste voor- en nadelen.
   

 Gebruik van bestaande registraties

Naar boven
  
Een veel gebruikte en relatief eenvoudige manier om gegevens in een buurtmonitor op te nemen is gebruik te maken van beschikbare bestanden en registraties. Er zijn in de loop der jaren steeds meer registraties geautomatiseerd beschikbaar gekomen, die informatie kunnen bieden over het woon- en leefklimaat in verschillende buurten. Door gebruik te maken van dergelijke bestanden, beschikt u over actuele informatie over de huidige situatie en (na verloop van enige tijd) recente ontwikkelingen in de buurten. Een beperkt aantal cijfers per buurt wordt gepubliceerd door het CBS.
Door een juist gebruik van dergelijke registraties kan informatie worden verzameld over:
  • de bevolkingssamenstelling (aantal inwoners, leeftijdsopbouw, huishoudenssituatie, gemiddelde woningbezetting, éénoudergezinnen, personen naar etniciteit, mobiliteit, gemiddelde woonduur enz.)
  • de woningvoorraad (bouwwijze, eigendomssituatie, ouderdom, woninginhoud en kaveloppervlakte, economische waarde, kwaliteit enz.) en woningmarkt (woningzoekenden, wachttijd woningen, reacties per woning enz.)
  • de sociaal economische situatie en participatie (werkzoekenden, uitkeringsgerechtigden, sociale problemen, cliënten maatschappelijk werk, leden van bibliotheek of sportvereniging, leerlingen naar schoolsoort enz.)
  • leefbaarheid en veiligheid (milieuhinder, kwaliteit van wegen en riolering, voorzieningenniveau, (verkeers)veiligheid, overlast, politie-aangiftes enz.).

Elders vindt u informatie over bronnen die daarvoor vaak kunnen worden gebruikt en over de voorwaarden waaraan deze indicatoren moeten voldoen. Op de bestanden worden eerst tellingen uitgevoerd om indicatoren te genereren (bv. het aantal uitkeringsgerechtigden), waarna deze indicatoren op buurtniveau aan elkaar gekoppeld kunnen worden in één totaalbestand. Alle relevante informatie voor de verschillende buurten in een gemeente is dan overzichtelijk samengebracht.
In een buurtmonitor worden géén gegevens en registraties op individueel niveau gekoppeld. Dat betekent dat bij een goede opzet de privacy van bewoners absoluut gewaarborgd is. Het betekent ook dat een buurtmonitor nooit gebruikt kan worden om allerlei informatie te verzamelen over individuele bewoners. Daar gaat het ook niet om: een buurtmonitor is bedoeld om algemene ontwikkelingen en cumulaties van achterstandssituaties te achterhalen. Individuele problemen zijn voor dat doel niet relevant.

 Voordelen cijfers uit registraties  Nadelen cijfers uit registraties
  • Relatief eenvoudig te verzamelen en nog makkelijker te actualiseren.
  • Gegevens kunnen heel actueel zijn.
  • Meestal 100% dekking (geen steekproeven).
  • Gegevens zijn min of meer objectief en altijd kwanititatief, dus vergelijkingen tussen gebieden en in de tijd zijn goed mogelijk.
  • Geen subjectieve belevingsgegevens (bv. onveilig voelen).
  • Niet alle gewenste gegevens beschikbaar: immers niet op elk gebied bestaan registraties die bruikbaar zijn.
  • Sommige bestanden zijn vervuild: ze bieden geen goede weergave van de situatie of zijn erg verouderd.
  • Risico schijnzekerheid: cijfers lijken hard maar zijn slechts een deel van het verhaal.

Voorbeeld cijfers uit registraties: bouwwijze woningen (Almere)

Bron: Sociale Atlas van Almere 2000.
  

 Bewonersenquête

Naar boven
  
Om meer subjectieve gegevens (en eventueel ontbrekende dimensies) in een buurtmonitor op te nemen zijn er verschillende mogelijkheden. Hoewel soms gebruik wordt gemaakt van een inventarisatie onder sleutelfiguren die worden geacht de buurten goed te kennen (zie hieronder), worden de bewoners vaker rechtstreeks benaderd met een enquête.
Ongeveer 10 jaar geleden werden enquêtes nog nauwelijks gebruikt in buurtmonitors, maar tegenwoordig zijn ze bijna standaard (ook al in het kader van de Leefbaarheids- en Veiligheidsmonitor van het Grote Stedenbeleid). Bewonersenquêtes worden ingezet om een goed beeld te kunnen krijgen van de beleving door de bewoners. Uiteindelijk staat het gemeentelijk beleid immers in dienst van de bewoners en wat zij als prettig of vervelend ervaren. Bij een bewonersenquête wordt een representatieve steekproef getrokken, meestal uit de bewoners (vanaf 16 of 18 jaar) in alle wijken maar soms ook in een gedeelte van de gemeente. In zo'n enquête (ook wel aangeduid als belevingsonderzoek) kunnen de bewoners hun mening geven over de verschillende aspecten van het woon- en leefklimaat: de buurt in het algemeen, veiligheid, overlast, hoeveelheid groen, speelvoorzieningen enz.

Om buurten of wijken zinvol met elkaar te kunnen vergelijken moeten voldoende respondenten beschikbaar zijn. Bij gewone vragen zijn ongeveer 200 respondenten nodig voor elk te onderscheiden gebied. Het totaal aantal af te nemen enquêtes kan daardoor erg groot worden. Veel gemeenten verzamelen dergelijke gegevens daarom hooguit op wijkniveau en niet op het fijnere buurtniveau (of alleen voor een aantal aandachtsbuurten). Door gebruik te maken van een speciale vraagstelling (in de vorm van rapportcijfers) zijn echter minder respondenten nodig (ongeveer 50 per gebied). Dat maakt het mogelijk op buurtniveau betrouwbare resultaten te genereren zonder dat het aantal respondenten te ver oploopt (zie bijvoorbeeld de Wijkatlas in Roosendaal).
Bij de opzet van een bevolkingsenquête moet alles worden geprobeerd om een zo hoog mogelijke respons te verkrijgen. Naarmate de respons lager wordt moeten immers meer mensen worden benaderd voor een zelfde aantal netto respondenten, terwijl de representativiteit steeds meer in het gedrang komt. Telefonisch enquêteren levert een redelijke respons, maar niet onder mensen zonder telefoon of met een geheim nummer. Bij schriftelijke enquêtes (met terugzending aan een antwoordnummer) wordt het steeds moeilijker een goede respons te behalen. Het brengen en ophalen van enquêtes wordt steeds vaker toegepast en leidt tot vrij goede responspercentages. Hierbij kunnen eventueel (tegen betaling) buurtbewoners worden ingezet, wat de betrokkenheid kan verhogen. Vooral onder allochtone respondenten is te overwegen de bewoners persoonlijk te laten enquêteren in de eigen taal, omdat bij andere vormen de respons vaak erg laag blijft. Veel gemeenten verloten prijzen om de respons te verhogen.

 Voordelen bewonersenquête  Nadelen bewonersenquête
  • Je meet echt beleving/mening van bewoners.
  • Objectiever dan peiling onder deskundigen (kleuring door individuen niet mogelijk)
  • Vrijwel alle relevante aspecten zijn meetbaar (niet beperkt door beschikbaarheid registraties).
  • Open vragen mogelijk als problematiek niet tevoren bekend is (bv. grootste probleem in de buurt).
  • Grote steekproeven nodig voor uitspraken op wijk/buurtniveau.
  • Relatief duur en tijdrovend (zeker bij open vragen).
  • Altijd onbetrouwbaarheidsmarges, dus alleen relatief grote verschuivingen zijn hard genoeg.
  • Hierdoor minder geschikt voor jaarlijkse actualisaties.
  • Alleen inzicht in beleving huidige bewoners (niet in potenties nieuwe bewoners of beweegredenen vertrokken bewoners).

Voorbeeld cijfers uit bewonersenquête: rapportcijfers voor de fysieke woonomgeving (Roosendaal).

Bron: Wijkatlas Roosendaal 2002.
  

 Inventarisatie onder sleutelfiguren (of deskundigen)

Naar boven
  
Een bewonersenquête geeft belangrijke informatie over de beleving van het woonklimaat, maar is nogal omslachtig en kost veel tijd en geld. Als alternatief wordt soms gekozen voor een inventarisatie onder sleutelfiguren ('deskundigen'): een groep mensen die een goed beeld heeft van de situatie in de verschillende wijken en deze het liefst onderling ook kan vergelijken. De groep sleutelfiguren kan bestaan uit professionals (zoals een wijkagent, welzijnswerker, stadsdeelbeheerder, enz.), maar ook (deels) uit een vertegenwoordiging van de bewoners.
De inventarisatie kan kwantitatief en/of kwalitatief zijn. Die twee vormen worden hieronder achtereenvolgens besproken. Ongeacht of er kwalitatieve of kwantitatieve informatie via deskundigen wordt verzameld is het belangrijk dat de resultaten een goede plaats krijgen naast de overige buurtinformatie (uit registraties en bewonersenquêtes). Zo kan de verschillende informatie elkaar aanvullen en ontstaat een samenhangend totaalbeeld.

Bij een kwantitatieve peiling is het doel (net zoals bij cijfers uit registraties en bewonersenquêtes) om de buurten te vergelijken en ontwikkelingen te kunnen meten. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van sterk gestandaardiseerde vragenlijsten of checklists, met eenduidige vraagstellingen en score- of antwoordcategorieën. Bij voorkeur dient de groep te bestaan uit mensen die een goed beeld hebben van alle buurten en daardoor een goede vergelijking kunnen maken. Zij zullen immers in de meeste gevallen alle buurten moeten beoordelen. Dit in tegenstelling tot een bevolkingsenquête, waarbij een groot aantal bewoners zich moet uitspreken over hun eigen woonbuurt. Wanneer deskundigen niet alle buurten, maar slechts één of enkele buurten kunnen beoordelen is een grondige validatie en eventueel herijking van de scores noodzakelijk.

 Voordelen kwantitatieve inventarisatie sleutelfiguren  Nadelen kwantitatieve inventarisatie sleutelfiguren
  • Gemakkelijker te verzamelen dan bij bewonersenquête.
  • Zeer actueel, als ze goed op de hoogte zijn.
  • Meer belevingsgegevens mogelijk dan alleen op basis van bestanden.
  • Vrijwel alle relevante aspecten zijn meetbaar (niet beperkt door beschikbaarheid registraties).
  • Door toevoeging open vragen ook probleemverkenning mogelijk: wat is er nog meer aan de hand in deze buurt?
  • Risico van enigszins gekleurde informatie.
  • Je meet niet de mening van de bevolking (vaak ander referentiekader en afhankelijk van wat men te horen krijgt).
  • Sommige sleutelfiguren hebben vooral goed beeld van eigen werkterrein en niet over andere aspecten.
  • Vrij klein aantal panelleden, waardoor een of twee personen relatief zwaar stempel kunnen drukken.
  • Niet altijd gemakkelijk te verwerken. Houd rekening met betrouwbaarheid, duidelijkheid, eenduidigheid en intersubjectiviteit, herhaalbaarheid en vergelijkbaarheid.

Voorbeeld cijfers via sleutelfiguren: beoordeling sociaal buurtleven (Brunssum).

Bron: Wijkatlas Brunssum 1999.

Een inventarisatie onder deskundigen kan ook worden ingezet voor een meer kwalitatieve inventarisatie van kansen en bedreigingen. In dat geval wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van interviews (wijkanalyses Hengelo; veiligheidsmonitor Nijmegen) of van een mailronde en minisymposia in alle stadsdelen met groepdiscussies (Stads- en Wijkmonitor Nijmegen). De bevindingen uit deze instrumenten laten zich niet in cijfers uitdrukken. Wel maken ze het mogelijk de cijfers beter te begrijpen, hiaten in het cijfermateriaal aan te vullen en een beeld te schetsen van bedreigingen en kansen voor de toekomst.   

 Voordelen kwalitatieve inventarisatie sleutelfiguren  Nadelen kwalitatieve inventarisatie sleutelfiguren
  • Beter begrip van de cijfers mogelijk: waarom stijgt dit cijfer?
  • Zichtbaar maken van aspecten die moeilijk meetbaar zijn in registraties en enquêtes.
  • Inschatting mogelijk van toekomstige ontwikkelingen.
  • Hierdoor nuttige aanvulling op cijfermateriaal.
  • Resultaten niet in cijfers uit te drukken.
  • Daardoor moeilijker vergelijking tussen gebieden en in de tijd te maken.
  • Risico van enigszins gekleurde informatie.
  • Relatief duur en tijdrovend (zeker bij open vragen).

Voorbeeld van een analyse deels op basis van kwalitatieve inventarisatie.

Bron: Integrale Veiligheidsmonitor Nijmegen 2005 (gebaseerd op registraties, bewonersenquête en interviews).
  

 Meer informatie Naar boven
Data Beschikbare data voor een buurtmonitor
Voorwaarden waaraan de data moeten voldoen
Andere onderdelen De opzet van een buurtmonitor
Presentatie van de gegevens
Bureau Info In het onderdeel Bureau Info kunt u voorbeeldprojecten bekijken:
- Cijfers uit registraties in Almere
- Bewonersenquête in Smallingerland (algemeen) en Roosendaal (op buurtniveau)
- Kwantitatieve inventarisatie onder sleutelfiguren in Brunssum
- Kwalitatieve inventarisatie onder sleutelfiguren in Nijmegen