|
|
Er zijn verschillende manieren om data te
verzamelen voor een buurtmonitor. Elke methode heeft verschillende voor-
en nadelen en vaak wordt een combinatie ingezet. De beschikbaarheid van
belevingsgegevens wordt daarbij steeds belangrijker.
De volgende methoden worden besproken:
Van elke methode wordt ook een kort overzicht gegeven van de
belangrijkste voor- en nadelen.
|
|
|
Gebruik van bestaande registraties |
 |
 |
Een veel gebruikte en relatief eenvoudige manier om
gegevens in een buurtmonitor op te nemen is gebruik te maken van
beschikbare bestanden en registraties. Er zijn in de loop der jaren
steeds meer registraties geautomatiseerd beschikbaar gekomen, die
informatie kunnen bieden over het woon- en leefklimaat in verschillende
buurten. Door gebruik te maken van dergelijke bestanden, beschikt u over
actuele informatie over de huidige situatie en (na verloop van enige
tijd) recente ontwikkelingen in de buurten. Een beperkt aantal cijfers
per buurt wordt gepubliceerd door het CBS.
Door een juist gebruik van dergelijke registraties kan informatie worden
verzameld over:
- de bevolkingssamenstelling (aantal inwoners,
leeftijdsopbouw, huishoudenssituatie, gemiddelde woningbezetting,
éénoudergezinnen, personen naar etniciteit, mobiliteit, gemiddelde
woonduur enz.)
- de woningvoorraad (bouwwijze, eigendomssituatie, ouderdom,
woninginhoud en kaveloppervlakte, economische waarde, kwaliteit enz.)
en woningmarkt (woningzoekenden, wachttijd woningen, reacties per
woning enz.)
- de sociaal economische situatie en participatie (werkzoekenden,
uitkeringsgerechtigden, sociale problemen, cliënten maatschappelijk
werk, leden van bibliotheek of sportvereniging, leerlingen naar
schoolsoort enz.)
- leefbaarheid en veiligheid (milieuhinder, kwaliteit van
wegen en riolering, voorzieningenniveau, (verkeers)veiligheid,
overlast, politie-aangiftes enz.).
Elders vindt u informatie over bronnen die
daarvoor vaak kunnen worden gebruikt en over de
voorwaarden waaraan deze indicatoren moeten voldoen. Op de bestanden
worden eerst tellingen uitgevoerd om indicatoren te genereren (bv. het
aantal uitkeringsgerechtigden), waarna deze indicatoren op buurtniveau
aan elkaar gekoppeld kunnen worden in één totaalbestand. Alle relevante
informatie voor de verschillende buurten in een gemeente is dan
overzichtelijk samengebracht.
In een buurtmonitor worden géén gegevens en registraties op individueel
niveau gekoppeld. Dat betekent dat bij een goede opzet de privacy van
bewoners absoluut gewaarborgd is. Het betekent ook dat een buurtmonitor
nooit gebruikt kan worden om allerlei informatie te verzamelen over
individuele bewoners. Daar gaat het ook niet om: een buurtmonitor is
bedoeld om algemene ontwikkelingen en cumulaties van
achterstandssituaties te achterhalen. Individuele problemen zijn voor
dat doel niet relevant.
| Voordelen cijfers uit
registraties |
Nadelen cijfers uit
registraties |
- Relatief eenvoudig te verzamelen en nog makkelijker te
actualiseren.
- Gegevens kunnen heel actueel zijn.
- Meestal 100% dekking (geen steekproeven).
- Gegevens zijn min of meer objectief en altijd
kwanititatief, dus vergelijkingen tussen gebieden en in de tijd
zijn goed mogelijk.
|
- Geen subjectieve belevingsgegevens (bv. onveilig
voelen).
- Niet alle gewenste gegevens beschikbaar: immers niet op
elk gebied bestaan registraties die bruikbaar zijn.
- Sommige bestanden zijn vervuild: ze bieden geen goede
weergave van de situatie of zijn erg verouderd.
- Risico schijnzekerheid: cijfers lijken hard maar zijn slechts
een deel van het verhaal.
|
Voorbeeld cijfers uit registraties: bouwwijze
woningen (Almere)

Bron: Sociale Atlas van Almere 2000.
|
|
|
Bewonersenquête |
 |
 |
Om meer subjectieve gegevens (en eventueel ontbrekende
dimensies) in een buurtmonitor op te nemen zijn er verschillende
mogelijkheden. Hoewel soms gebruik wordt gemaakt van een inventarisatie onder
sleutelfiguren die worden geacht de buurten goed te kennen (zie
hieronder), worden de bewoners vaker rechtstreeks
benaderd met een enquête.
Ongeveer 10 jaar geleden werden enquêtes nog nauwelijks gebruikt in
buurtmonitors, maar tegenwoordig zijn ze bijna standaard (ook al in het
kader van de Leefbaarheids- en Veiligheidsmonitor van het Grote
Stedenbeleid).
Bewonersenquêtes worden ingezet om een goed beeld te kunnen
krijgen van de beleving door de bewoners. Uiteindelijk staat het
gemeentelijk beleid immers in dienst van de bewoners en wat zij als
prettig of vervelend ervaren. Bij een bewonersenquête wordt een
representatieve steekproef getrokken, meestal uit de bewoners (vanaf 16
of 18 jaar) in alle wijken maar soms ook in een gedeelte van de gemeente.
In zo'n enquête (ook wel aangeduid als belevingsonderzoek) kunnen de
bewoners hun mening geven over de verschillende aspecten van het woon-
en leefklimaat: de buurt in het algemeen, veiligheid, overlast,
hoeveelheid groen, speelvoorzieningen enz.Om buurten of wijken zinvol
met elkaar te kunnen vergelijken moeten voldoende respondenten
beschikbaar zijn. Bij gewone vragen zijn ongeveer 200 respondenten nodig
voor elk te onderscheiden gebied. Het totaal aantal af te nemen enquêtes kan daardoor
erg groot worden. Veel gemeenten verzamelen dergelijke gegevens daarom
hooguit op wijkniveau en niet op het fijnere buurtniveau (of alleen voor
een aantal aandachtsbuurten). Door gebruik te maken van een speciale vraagstelling (in
de vorm van rapportcijfers) zijn echter minder respondenten nodig (ongeveer
50 per gebied). Dat maakt het mogelijk op buurtniveau
betrouwbare resultaten te genereren zonder dat het aantal respondenten
te ver oploopt (zie bijvoorbeeld de Wijkatlas in
Roosendaal).
Bij de opzet van een bevolkingsenquête moet alles worden geprobeerd om
een zo hoog mogelijke respons te verkrijgen. Naarmate de respons lager
wordt moeten immers meer mensen worden benaderd voor een zelfde aantal
netto respondenten, terwijl de representativiteit steeds meer in het
gedrang komt. Telefonisch enquêteren levert een redelijke respons, maar
niet onder mensen zonder telefoon of met een geheim nummer. Bij
schriftelijke enquêtes (met terugzending aan een antwoordnummer) wordt
het steeds moeilijker een goede respons te behalen. Het brengen en
ophalen van enquêtes wordt steeds vaker toegepast en leidt tot vrij
goede responspercentages. Hierbij kunnen eventueel (tegen betaling)
buurtbewoners worden ingezet, wat de betrokkenheid kan verhogen. Vooral
onder allochtone respondenten is te overwegen de bewoners persoonlijk te
laten enquêteren in de eigen taal, omdat bij andere vormen de respons
vaak erg laag blijft. Veel gemeenten verloten prijzen om de respons te
verhogen.
| Voordelen bewonersenquête |
Nadelen bewonersenquête |
- Je meet echt beleving/mening van bewoners.
- Objectiever dan peiling onder deskundigen (kleuring
door individuen niet mogelijk)
- Vrijwel alle relevante aspecten zijn meetbaar (niet
beperkt door beschikbaarheid registraties).
- Open vragen mogelijk als problematiek niet tevoren bekend is
(bv. grootste probleem in de buurt).
|
- Grote steekproeven nodig voor uitspraken op wijk/buurtniveau.
- Relatief duur en tijdrovend (zeker bij open vragen).
- Altijd onbetrouwbaarheidsmarges, dus alleen relatief grote
verschuivingen zijn hard genoeg.
- Hierdoor minder geschikt voor jaarlijkse actualisaties.
- Alleen inzicht in beleving huidige bewoners (niet in potenties
nieuwe bewoners of beweegredenen vertrokken bewoners).
|
Voorbeeld cijfers uit bewonersenquête:
rapportcijfers voor de fysieke woonomgeving (Roosendaal).

Bron: Wijkatlas Roosendaal 2002.
|
|
|
Inventarisatie onder sleutelfiguren (of
deskundigen) |
 |
 |
Een bewonersenquête geeft
belangrijke informatie over de beleving van het woonklimaat, maar is
nogal omslachtig en kost veel tijd en geld. Als alternatief wordt soms
gekozen voor een inventarisatie onder sleutelfiguren ('deskundigen'):
een groep mensen die een goed beeld heeft van de situatie in de
verschillende wijken en deze het liefst onderling ook kan vergelijken.
De groep sleutelfiguren kan bestaan uit professionals (zoals een
wijkagent, welzijnswerker, stadsdeelbeheerder, enz.), maar ook (deels)
uit een vertegenwoordiging van de bewoners.
De inventarisatie kan
kwantitatief en/of kwalitatief zijn. Die twee vormen worden hieronder
achtereenvolgens besproken. Ongeacht of er kwalitatieve of kwantitatieve informatie via
deskundigen wordt verzameld is het belangrijk dat de resultaten een
goede plaats krijgen naast de overige
buurtinformatie (uit registraties en bewonersenquêtes). Zo kan de
verschillende informatie elkaar aanvullen en ontstaat een samenhangend
totaalbeeld.Bij een kwantitatieve
peiling is het doel (net zoals bij cijfers uit registraties en
bewonersenquêtes) om de buurten te vergelijken en ontwikkelingen te
kunnen meten. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van sterk gestandaardiseerde
vragenlijsten of checklists, met eenduidige vraagstellingen en score- of
antwoordcategorieën. Bij voorkeur dient de groep te bestaan uit mensen
die een goed beeld hebben van alle buurten en daardoor een goede
vergelijking kunnen maken. Zij zullen immers in de meeste gevallen alle
buurten moeten beoordelen. Dit in tegenstelling tot een
bevolkingsenquête, waarbij een groot aantal bewoners zich moet
uitspreken over hun eigen woonbuurt. Wanneer deskundigen niet alle
buurten, maar slechts één of enkele buurten kunnen beoordelen is een
grondige validatie en eventueel herijking van de scores noodzakelijk.
| Voordelen
kwantitatieve inventarisatie sleutelfiguren |
Nadelen
kwantitatieve inventarisatie sleutelfiguren |
- Gemakkelijker te verzamelen dan bij bewonersenquête.
- Zeer actueel, als ze goed op de hoogte zijn.
- Meer belevingsgegevens mogelijk dan alleen op basis van
bestanden.
- Vrijwel alle relevante aspecten zijn meetbaar (niet
beperkt door beschikbaarheid registraties).
- Door toevoeging open vragen ook probleemverkenning
mogelijk: wat is er nog meer aan de hand in deze buurt?
|
- Risico van enigszins gekleurde informatie.
- Je meet niet de mening van de bevolking (vaak ander
referentiekader en afhankelijk van wat men te horen krijgt).
- Sommige sleutelfiguren hebben vooral goed beeld van eigen
werkterrein en niet over andere aspecten.
- Vrij klein aantal panelleden, waardoor een of twee
personen relatief zwaar stempel kunnen drukken.
- Niet altijd gemakkelijk te verwerken. Houd rekening met
betrouwbaarheid, duidelijkheid, eenduidigheid en
intersubjectiviteit, herhaalbaarheid en vergelijkbaarheid.
|
Voorbeeld cijfers via sleutelfiguren: beoordeling sociaal buurtleven (Brunssum).

Bron: Wijkatlas Brunssum 1999. Een inventarisatie onder deskundigen kan ook worden ingezet voor een
meer kwalitatieve inventarisatie van kansen en bedreigingen. In
dat geval wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van interviews (wijkanalyses
Hengelo; veiligheidsmonitor Nijmegen) of van een mailronde en
minisymposia in alle stadsdelen met groepdiscussies (Stads- en
Wijkmonitor Nijmegen). De bevindingen uit deze instrumenten laten zich
niet in cijfers uitdrukken. Wel maken ze het mogelijk de cijfers beter
te begrijpen, hiaten in het cijfermateriaal aan te vullen en een beeld
te schetsen van bedreigingen en kansen voor de toekomst.
| Voordelen
kwalitatieve inventarisatie sleutelfiguren |
Nadelen
kwalitatieve inventarisatie sleutelfiguren |
- Beter begrip van de cijfers mogelijk: waarom stijgt dit
cijfer?
- Zichtbaar maken van aspecten die moeilijk meetbaar zijn
in registraties en enquêtes.
- Inschatting mogelijk van toekomstige ontwikkelingen.
- Hierdoor nuttige aanvulling op cijfermateriaal.
|
- Resultaten niet in cijfers uit te drukken.
- Daardoor moeilijker vergelijking tussen gebieden en in
de tijd te maken.
- Risico van enigszins gekleurde informatie.
- Relatief duur en tijdrovend (zeker bij open vragen).
|
Voorbeeld van een analyse deels op basis van
kwalitatieve inventarisatie.

Bron: Integrale Veiligheidsmonitor Nijmegen
2005 (gebaseerd op registraties, bewonersenquête en interviews).
|
| Meer
informatie |
 |
|
|
|
|
|
|