|
In een buurtmonitor kunnen in principe vaak
honderden verschillende indicatoren worden verzameld uit tientallen
bestanden. Echter niet de verzameling van zoveel mogelijk indicatoren,
maar de bruikbaarheid ervan voor het beleid dient natuurlijk voorop te
staan. De voorwaarden die op deze pagina staan vermeld kunnen helpen bij
de selectie van de juiste indicatoren.
Niet te veel indicatoren
Er zijn in principe vele tientallen (zo niet honderden) indicatoren of
gegevenssoorten die in een buurtmonitor kunnen worden opgenomen. Nu
steeds meer registraties geautomatiseerd beschikbaar komen en de
nieuwste generaties PC's en software het combineren daarvan steeds
gemakkelijker maken, wordt het verleidelijk om alle beschikbare gegevens
maar te verzamelen. Toch is het sterk aan te bevelen het aantal
indicatoren te beperken. Een onnodig groot aantal indicatoren brengt
extra tijd (dus kosten) met zich mee en maakt het systeem minder
overzichtelijk, dus slechter toegankelijk. Waarschijnlijk het
belangrijkste argument is echter dat veel indicatoren ook niet nodig
zijn; slechts met een beperkt aantal indicatoren is het al mogelijk een
goed beeld te schetsen van het woon- en leefklimaat in de buurten.
Afgezien van de wenselijkheid om het aantal gegevens in een systeem (en
zeker ook in de publicaties daaruit) te beperken, is er een aantal
basisvoorwaarden aan te geven waaraan de indicatoren in ieder geval
zouden moeten voldoen.
Relevant
Uiteraard is het gewenst in het buurtmonitor relevante gegevens op te
nemen. Deze relevantie heeft met name betrekking op de
informatiebehoefte en wensen van de uiteindelijke gebruikers van het
systeem. Vaak zullen er meerdere afdelingen of organisaties zijn met
deels overeenkomende en deels specifieke wensen. Het is belangrijk deze
gebruikers op de één of andere wijze te betrekken bij de inventarisatie
van te verzamelen gegevens. Omdat beleidsprioriteiten in de loop der
jaren veranderen, moet regelmatig worden bekeken of de indicatorenset
nog aan de huidige eisen tegemoet komt. Wel moet zo weinig mogelijk
worden veranderd aan de gebruikte definities om een goede vergelijking
in de tijd te kunnen waarborgen.
Gemakkelijk te verzamelen
Over het algemeen zal men zich willen beperken tot gegevens die relatief
gemakkelijk (dus zonder hoge kosten) te verzamelen zijn, liefst zo
actueel mogelijk. Dat betekent meestal dat men zich zal beperken tot
gegevens die beschikbaar zijn in geautomatiseerde systemen. Wanneer
bovendien een goede documentatie en de gebruikte programmatuur worden
bewaard, kunnen de gegevens later ook eenvoudig worden geactualiseerd.
Indien er twee indicatoren denkbaar zijn die weliswaar verschillend zijn,
maar toch in dezelfde richting zullen wijzen (nationaliteit en
etniciteit, of werkzoekenden en uitkeringsgerechtigden), terwijl één van
de twee aanzienlijk eenvoudiger te verzamelen is dan een ander is een
keuze snel gemaakt. Het kan echter voorkomen dat een bepaalde dimensie
als zeer belangrijk wordt ervaren, terwijl de bijbehorende indicatoren
slechts met een grote tijdsinvestering verzameld kunnen worden. Een
soort kosten-baten analyse zal moeten uitwijzen of deze investering
mogelijk toch de moeite waard is.
Uniform beschikbaar voor het hele
onderzoeksgebied
Als het van belang is buurten met elkaar te vergelijken, zou men
zich eigenlijk moeten beperken tot gegevens die op uniforme wijze
beschikbaar zijn voor het hele gebied (bijvoorbeeld de hele gemeente).
Meestal betekent dat dat gebruik moet worden gemaakt van één leverancier
voor een bepaald gegeven. Gemeentelijke registraties en gemeentebreed
werkende organisaties (bibliotheek, arbeidsbureau) komen daarvoor in
aanmerking. Wijkwelzijnsinstellingen, scholen en woningcorporaties
daarentegen zijn vaak slechts in een deel van de gemeente actief. Om
daarbij een dekkend beeld te krijgen moet men al deze organisaties
benaderen, wat meer tijd kost. Een groter probleem is dat de
verschillende organisaties vaak elk een eigen registratie hanteren, of
afwijkende definities.
Overigens is ook een indicator als betalingsachterstanden bij het
nutsbedrijf geschikter dan bijvoorbeeld huurachterstanden. Niet iedereen
heeft immers een huurwoning, terwijl deze vaak zeer ongelijk zijn
verspreid over de verschillende buurten. Gezocht wordt dus naar
situaties, die in theorie overal even vaak voor zouden kunnen komen.
Beschikbaar op het gewenste schaalniveau
Natuurlijk moeten de gegevens ook beschikbaar zijn op hetzelfde
schaalniveau als waarop het buurtinformatiesysteem wordt opgezet.
Meestal is dat het buurtniveau, maar soms ook straat-, subbuurt- of
postcodeniveau. De postcode komt in de meeste registraties voor en wordt
ook altijd op dezelfde manier geschreven (in tegenstelling tot
straatnamen! - een groot probleem voor computers). Met een postcode-buurt-vertaaltabel
komen daarmee ook buurtgegevens binnen handbereik. Bij sommige gegevens
echter, bijvoorbeeld in de woonomgeving (voorzieningen, onderhoud,
politie-meldingen) is de vertaalslag naar buurten wel eens moeilijk (maar
niet onmogelijk). Ook kan het zijn dat bepaalde leveranciers geen
gegevens willen leveren op het beoogde schaalniveau.
Voldoende onderscheidend
Behalve bij de puur beschrijvende indicatoren zal men vaak als eis
stellen dat de indicatoren voldoende onderscheidend zijn. Dat wil zeggen:
ze laten zien in welke opzichten en in welke mate buurten van elkaar
verschillen en geven daardoor zinvolle informatie. Gegevens zoals
mobiliteit, aantal werkzoekenden en woningkwaliteit zijn vaak
onderscheidend. De gemiddelde woninghoogte of het aantal sterfgevallen
per buurt zijn meestal veel minder interessant (behalve voor
specialisten, zoals een epidemioloog van de GGD).
|