|
|
Een goede presentatie is een belangrijk aspect van
elke goed buurtmonitor, en in het algemeen van statistische informatie
en onderzoeksresultaten. Wanneer de onderzoekers er in geslaagd zijn de
juiste (relevante) informatie te verzamelen, hangt het voor een
belangrijk deel van de presentatie af of deze informatie ook op de
juiste manier gebruikt kan worden. Aandacht wordt besteed aan de
volgende onderwerpen:
|
|
|
Soorten publicaties |
 |
 |
In de eerste plaats zal een keuze moeten worden gemaakt
voor de vorm waarin de beschikbare buurtgegevens worden gepresenteerd.
In de meest eenvoudige vorm zijn de buurtgegevens beschikbaar in een
basisbestand (bijvoorbeeld in SPSS, Excel, Access, dBase) en kunnen
met de betreffende software direct worden geraadpleegd. Dit bestand
bevat dan alle variabelen voor alle onderscheiden gebieden, maar is niet
erg gebruiksvriendelijk. Eventueel kan één vaste coördinator op basis
van dit bestand alle informatievragen afhandelen en in een korte notitie
beantwoorden.Vaak zullen er meerdere gemeentelijke afdelingen en
andere instellingen zijn die geïnteresseerd zijn in de buurtgegevens.
Het is dan al gauw lonend deze te publiceren in een statistische
wijkatlas. Zo'n wijkatlas is dan een naslagwerk voor iedereen die
betrokken is bij de buurten (of enkele buurten) in een gemeente. Een
dergelijke publicatie, mits goed vormgegeven en niet te omvangrijk, is
daarmee een zeer gebruiksvriendelijke informatiebron en zal het gebruik
van deze gegevens zeker stimuleren. Voor de invulling van zo'n
publicatie bestaan verschillende alternatieven, die verder op deze
pagina worden besproken. Ter illustratie kunt u verschillende
Wijkatlassen van Oostveen
downloaden.
Eventueel is het mogelijk de tabellen uit zo'n wijkatlas in spreadsheet
formaat beschikbaar te stellen voor verdere analyses en bewerkingen.
Wijkatlassen verschijnen steeds vaker geheel of gedeeltelijk in kleur,
waardoor ze er beter uitzien en vooral de grafieken en kaarten
overzichtelijker zijn. De productiekosten in kleur zijn uiteraard wel
hoger.
Een derde mogelijkheid is een elektronische publicatie. In dat
geval hebben de uiteindelijke gebruikers niet alleen de beschikking over
het kale databestand, maar gebruiken ze een compleet computerprogramma
om gegevens te selecteren (waarbij ook de definities direct beschikbaar
zijn) en naar wens te presenteren in tabellen, grafieken of kaarten. Op
deze manier kan men direct de gegevens bekijken waar men op dat moment
in geïnteresseerd is, en direct kopiëren naar een andere toepassing (bijvoorbeeld
een tekstverwerker of spreadsheet). In principe kunnen op deze manier
ook actuelere gegevens beschikbaar worden gesteld. Voor sommige
gebruikers is het gemakkelijk dat zij buurtgegevens op hun eigen PC te
kunnen raadplegen, maar voor anderen kan het juist een extra drempel
zijn. Zelfs als dezelfde gegevens ook elektronisch beschikbaar zijn,
geven sommige mensen daarom nog de voorkeur aan een papieren rapport. De
software (inclusief buurtgegevens) wordt beschikbaar gesteld via een
intern netwerk of CD-ROM. Voor elektronisch publiceren
van buurtgegevens wordt in Nederland meestal het programma
Swing gebruikt. Een zeer eenvoudige vorm
van elektronisch verspreiden is het beschikbaar stellen van tabellen in
spreadsheetformaat of van de integrale wijkatlas via Acrobat Reader.
De laatste mogelijkheid om buurtgegevens te presenteren is via het
internet. De informatie wordt dan beschikbaar gesteld via pagina's
op de gemeentelijke website of op een intern intranet. De meest
eenvoudige manier is door middel van statische pagina's. De
webmaster of onderzoeker bepaalt dan welke tabellen, grafieken of
kaarten worden geplaatst. Iedere bezoeker heeft toegang tot dezelfde set
pagina's en kan daar niets aan veranderen. Wat betreft dynamiek zijn
statische pagina's te vergelijken met een papieren publicatie: de inhoud
staat vast. Veel gemeenten in Nederland die buurtgegevens publiceren
maken gebruik van deze statische variant (zie bijvoorbeeld de Wijkatlas
Brunssum op de
website
van die gemeente).
Er kan ook gebruik worden gemaakt van dynamische pagina's,
waarbij de gebruiker zelf aangeeft welke gegevens hij wil zien, voor
welk jaar en op welke manier (tabel, kaart, grafiek). De gevraagde
informatie wordt dan on-line gegenereerd en naar de browser verzonden.
Sommige gemeenten zoals Nijmegen hebben zelf dergelijke dynamische
pagina's ontwikkeld. Diverse gemeenten maken hiervoor echter gebruik van
de programma's Swing of
Datavos.
Elektronische publicatie:
netwerkversie van Swing (Roosendaal)
 |
|
Statische
Internetpagina's:
Wijkatlas Brunssum
 |
|
|
|
Hoe worden de gegevens gepresenteerd? |
 |
 |
Een voor de hand liggende manier om buurtgegevens te
presenteren is een tabel. Een tabel of schema leent zich zeer
goed voor presentatie van zowel kwantitatieve als meer kwalitatieve
gegevens. Uit een tabel kunnen de exacte scores worden afgelezen,
terwijl het ook gemakkelijk is buurten onderling te vergelijken. In veel
situaties kan het echter inzichtelijker zijn om de gegevens in een
grafiek of in een kaart te presenteren. Een kaart geeft snel
een totaalbeeld, maar sommige gebruikers hebben moeite met de
interpretatie ervan. Veel kaarten tonen namelijk alleen de buurtgrenzen
en een score per buurt (meestal door een kleur of arcering), maar geen
referentiepunten (wegen, belangrijke gebouwen etc.). Door het opnemen
van buurtnummers en het toevoegen van een extra kaart waarop naast de
buurtgrenzen deze referentiepunten wel staan aangegeven kan dit probleem
deels worden ondervangen.
Omdat zowel tabellen als kaarten en grafieken elk hun voordelen hebben
is het zeker het overwegen waard om gegevens op meerdere manieren op te
nemen, dus bijvoorbeeld zowel in een tabel als in een kaart. Het is
natuurlijk ook mogelijk om slechts een deel van de gegevens in kaartvorm
weer te geven. Bij een elektronische publicatie kan de gebruiker van
alle gegevens zelf bepalen of hij deze in een tabel, kaart of grafiek
wil zien.
Wanneer niet de vergelijking van buurten op een bepaald thema, maar een
sterkte-zwakte analyse met kansen en bedreigingen voor een afzonderlijke
buurt belangrijk is, kan men kiezen voor het opnemen van
buurtprofielen. Een buurtprofiel is een schema met meerdere
grafieken waarin sterke en zwakke punten op overzichtelijke manier
worden weergegeven. Ook kan worden gekozen voor totaaloverzichten
in matrixvorm waarin alle buurten en de belangrijkste indicatoren bij
elkaar zijn gezet. Meestal worden kleuren gebruikt om gunstige of
ongunstige scores snel te kunnen vinden. In een totaaloverzicht kunnen
zowel de sterke en zwakke punten van elke wijk, als de goed en slecht
scorende wijken per onderwerp snel worden gevonden.Voorbeeld
buurtprofiel (Smallingerland).

Bron: Wijkatlas Smallingerland 2002.
Behalve de presentatievorm is natuurlijk ook belangrijk welke
gegevens worden gepresenteerd. Met name in een papieren rapport zal
men vaak een selectie willen maken en alleen de belangrijkste gegevens
opnemen. Ook is het mogelijk groepen te combineren. Wanneer bijvoorbeeld
in het oorspronkelijke bestand de bevolking wordt onderscheiden in 20
vijfjaarscohorten (0-4, 5-9, 10-14 jaar enz.) kan men zich in het
rapport wellicht beperken tot vier of vijf leeftijdsgroepen.
Daarnaast moet een keuze worden gemaakt voor de manier van weergeven.
Bij sommige gegevens, zoals de bevolkingsaantallen, liggen absolute
cijfers het meest voor de hand. Wanneer het er om gaat de buurten
onderling te vergelijken op bijvoorbeeld participatie, zijn de
relatieve aandelen interessanter (bijvoorbeeld het aantal
bibliotheekleden gedeeld door het aantal inwoners). Een juiste
referentiegroep is daarbij trouwens wel belangrijk: soms huishoudens,
dan weer personen of woningen (denk ook aan de leeftijdsgroep, indien
van toepassing). Soms ook wordt de afwijking van het gemiddelde
weergegeven in indexcijfers of Z-scores. In weer andere gevallen
worden de (meest relatieve) cijfers ingedeeld in een beperkt aantal
groepen van gunstig tot ongunstig en weergegeven in kleuren, of
plussen en minnen. Dergelijke overzichten geven snel een beeld van de
sterke en zwakke punten van iedere buurt, zonder direct de exacte
cijfers te laten zien. Tabellen en eventueel grafieken en kaarten
bieden statistische basisinformatie, of ze nu op papier of elektronisch
worden aangeboden. Soms is dat voldoende, omdat de cijfers voor een
groot deel voor zichzelf spreken. Het is wel van belang de gebruikers te
wijzen op de beperkingen van deze informatie: cijfers (of dat, wat in
cijfers kan worden uitgedrukt) vormen immers altijd maar een deel van de
waarheid. Ook de interpretatie van dergelijke 'tabellenboeken' is niet
voor iedereen gemakkelijk. Sommige gemeenten kiezen er daarom voor deze
interpretatie aan het rapport toe te voegen. De publicatie bevat
dan niet alleen tabellen, maar ook een tekstgedeelte waarin de
belangrijkste kenmerken, of sterke en zwakke punten van iedere buurt of
wijk worden beschreven. Ook kan worden gekozen voor een thematische
invalshoek, waarbij van ieder onderwerp wordt beschreven wat de huidige
situatie en ontwikkelingen zijn en welke buurten er op dat gebied
gunstig of ongunstig uitspringen. Andere gemeenten willen de
interpretatie niet aan een enkele onderzoeker overlaten, maar bespreken
de statistische cijfers liever met een aantal deskundigen en
onderzoekers, om vervolgens samen conclusies en beleidsaanbevelingen te
formuleren. Het is ook mogelijk om bepaalde onderzoeksvragen in
afzonderlijke publicaties te beantwoorden. Een dergelijk rapport biedt
alle benodigde informatie voor bijvoorbeeld de selectie van nieuwe
stadsvernieuwings-, buurtbeheer- of integrale veiligheidsgebieden. Of
het geeft aan hoe een bepaalde vorm van beleid (buurtbeheer, Grote
Stedenbeleid, stedelijke vernieuwing) het best kan worden ingericht,
gezien de specifieke kansen en problemen in elke buurt. In een
dergelijke publicatie staat een specifieke onderzoeksvraag centraal en
niet de beschikbare buurtgegevens. Gegevens uit een buurtmonitor kunnen
worden aangevuld met andere informatie die voor deze vraag van belang
is.
|
|
|
Voorwaarden voor een optimale presentatie |
 |
 |
Een presentatie is optimaal als deze tegemoet komt aan
de behoeften en wensen van de gebruikers. Net zoals bij de eerste
opzet van een monitor is het zeker ook bij de presentatie erg belangrijk
aan te sluiten bij de doelstelling, maar ook de kennis en mogelijkheden
van de uiteindelijke gebruikers. Daar hangt immers van af welke
informatie moet worden gepresenteerd, hoe vaak, hoe nauwkeurig en in
welke vorm. Wanneer een dergelijke publicatie (of het nu op papier is of
elektronisch) regelmatig gaat verschijnen, is het zeker te overwegen
eens een kleine gebruikersenquête in te zetten om vast te stellen of het
instrument voldoet. Ook zonder enquête is het vaak mogelijk bij de
gebruikers te peilen of de publicatie bruikbaar is en wat er eventueel
nog aan kan worden verbeterd. Dit gebeurt echter lang niet altijd.
Het raadplegen van de gegevens moet prettig en gemakkelijk zijn.
De publicatie moet dus toegankelijk en overzichtelijk zijn, moet er goed
uitzien en mag zeker niet onnodig omvangrijk zijn. Wanneer de gebruikers
slechts met grote moeite de benodigde gegevens kunnen vinden, zal dat
zeker niet uitnodigen tot regelmatig gebruik. Deze voorwaarden gelden
zowel voor een 'traditioneel' papieren rapport als voor een
elektronische presentatie of Internetsite.
Er mag geen misverstand bestaan over de betekenis van de verschillende
gegevens. De omschrijvingen bij de tabellen en figuren moeten
begrijpelijk en duidelijk zijn, terwijl de exacte definities
duidelijk staan vermeld, liefst op dezelfde pagina. Ook eenduidigheid is
belangrijk: begrippen zoals huishoudens of woningen zouden steeds op
dezelfde definitie gebaseerd moeten zijn (zoniet, dan is het beter een
andere omschrijving te gebruiken of de afwijking in ieder geval zeer
duidelijk aan te geven). Voor sommige gebruikers is het erg belangrijk
om de juiste definities te weten. Ook bij elektronische presentaties
zouden definities en andere achtergrondinformatie (zoals bronvermelding
en meetdatum) steeds direct beschikbaar moeten zijn.
Bij voorkeur zouden de gegevens zo actueel mogelijk moeten zijn.
Dat betekent onder meer, dat er zo weinig mogelijk tijd moet liggen
tussen de meetdatum en het tijdstip van publicatie en verspreiding. Bij
een goede organisatie van de jaarlijkse aanlevering en verwerking is een
doorlooptijd van enkele maanden haalbaar (behalve bij de eerste meting).
|
| Meer
informatie |
 |
|
|
|
|
|
|