|
Een buurtmonitor wordt veelal gebruikt door een
groot aantal gebruikers, zoals gemeentelijke afdelingen,
maatschappelijke organisaties en bewoners(organisaties). De monitor
bestrijkt ook verschillende thema's zoals bevolkingssamenstelling,
woningvoorraad, participatie, leefbaarheid en veiligheid. Over al die thema's levert de
buurtmonitor voor de verschillende gebruikers weer verschillende
toepassingsmogelijkheden: van buurtinformatie tot beleidsevaluatie. Op
deze pagina worden die toepassingsmogelijkheden besproken:
- Onderling vergelijken van gebieden
- Volgen van ontwikkelingen en
beleidsevaluatie
- Analyse van sterke en zwakke punten
- Signaleren van achterstanden
- Statistische buurtinformatie
|
|
|
1. Onderling vergelijken van gebieden |
 |
 |
Een belangrijke functie van een buurtmonitor is het
onderling vergelijken van de buurten, wijken of stadsdelen binnen een
gemeente. In welke buurten wonen staan veel oude woningen of wonen veel
eenoudergezinnen? Waar is de werkloosheid hoog of de sportdeelname laag?
In welke buurten is de sociale cohesie beperkt of zijn bewoners het
meest ontevreden over de speelvoorzieningen? Doordat dergelijke cijfers
op systematische manier worden verzameld voor alle buurten en wijken in
de gemeente kunnen deze onderling worden vergeleken. Uit onderstaand
overzicht blijkt bijvoorbeeld per onderwerp (rij) welke wijken in
Veldhoven relatief hoog of laag scoren. In het overzicht zijn meerdere
onderwerpen opgenomen, maar het is ook mogelijk kaarten of grafieken per
onderwerp te laten zien.
Totaaloverzicht indicatoren sociaal en leefbaarheid (Veldhoven).

Bron: Wijkatlas Veldhoven 2004. Het
overzicht in de atlas bevat ook de thema's bevolkingsopbouw, woningen en
veiligheid.
|
|
|
2. Volgen van ontwikkelingen en beleidsevaluatie |
 |
 |
Een tweede belangrijke functie is het meten van
ontwikkelingen in de buurten en het volgen of monitoren daarvan (vandaar
de naam buurtmonitor). De gegevens worden immers regelmatig
geactualiseerd, zoveel mogelijk met identieke definities en op vaste
meetdata. Daardoor wordt het in de loop der tijd mogelijk om de
ontwikkelingen te traceren. Vooral gebieden waar een verslechtering van
de situatie optreedt zijn van belang: tijdig ingrijpen kan dan mogelijk
een verdere neerwaartse spiraal voorkómen. Maar ook gebieden waar zich
een (spontane) verbetering voordoet zijn natuurlijk interessant: wat is
er zo bijzonder aan die buurt, en kunnen we dat ook elders toepassen?Anderzijds
kan men met behulp van de geconstateerde ontwikkelingen achteraf
vaststellen of gebiedsgericht beleid werkelijk succes heeft gehad.
Daardoor kan een buurtmonitor gebruikt worden in het kader van een
beleidsevaluatie. Als het goed is zou op de speerpunten van
dergelijk beleid (bijvoorbeeld op het gebied van onderhoud of veiligheid) na enige
tijd immers resultaat zichtbaar moeten worden. De buurtmonitor kan laten
zien of de situatie op deze gebieden is verbeterd, of zich gunstiger
heeft ontwikkeld dan in andere buurten. Die gunstige ontwikkeling kan
blijken uit de harde indicatoren uit registraties, maar vaak meer nog
ook uit de beleving door de bewoners. De grafieken hieronder laten
bijvoorbeeld zien dat bewoners van Capelle aan den IJssel in 2005
tevredener waren over straatverlichting en speelmogelijkheden dan in
2003. Vooral voor de straatverlichting geldt dat die tevredenheid met
name is toegenomen in de wijken die twee jaar eerder nog slecht
scoorden.
Ontwikkeling tevredenheid over
straatverlichting en aanwezigheid van
speelgelegenheden,
Capelle aan den IJssel.

Bron: Buurtmonitor Capelle aan den IJssel 2006 / Bewonersenquête Capelle aan den IJssel 2005. Sommige gemeenten hebben overigens ook toekomstige ontwikkelingen
in het systeem opgenomen. Het gaat dan natuurlijk om prognoses omdat de
daadwerkelijke ontwikkelingen nog niet bekend zijn. Te verwachten
ongewenste ontwikkelingen kunnen met gerichte beleidsinspanningen
mogelijk worden voorkómen of beperkt. Overigens kan ook aan bewoners of
sleutelfiguren worden gevraagd of zij verwachten dat hun buurt de
komende jaren vooruit of achteruit zal gaan. Deze vraag zegt veel over
het vertrouwen van bewoners in hun buurt. Vooral ook de vraag waarom men
achteruitgang of vooruitgang verwacht kan bruikbare aanknopingspunten
bieden.
|
|
|
3. Analyse van sterke en zwakke punten |
 |
 |
Naast het onderling vergelijken van gebieden en volgen
van ontwikkelingen worden regelmatig sterkte-/zwakteanalyses
op buurtniveau uitgevoerd. Nieuwe impulsen zijn mogelijk door in elke
buurt de eigen potenties (sterke punten en kansen) beter te
benutten en tegelijk specifieke problemen aan te pakken (zwakke punten
en bedreigingen). Een buurtmonitor biedt veel bruikbare informatie
voor dergelijke sterkte-/zwakte analyses, zodat beter kan worden
ingespeeld op de specifieke situatie in elke buurt.
In onderstaande
figuur wordt een gedeelte weergegeven van het buurtprofiel voor het dorp
Oudega (gemeente Smallingerland). De figuur
maakt snel duidelijk wat de sterke en zwakke punten zijn van de
betreffende buurt (ten opzichte van het gemeentelijke gemiddelde). De
linkergrafiek toont gegevens uit bestaande registraties, de
rechtergrafiek toont de beleving van de woonomgeving op basis van een
bewonersenquête. Andere gemeenten maken vergelijkbare analyses, maar dan
in beschrijvende analyses in plaats van grafische overzichten.Smallingerland: sterkte-zwakte
analyse dorp Oudega.

Bron: Wijkatlas Smallingerland 2004.
|
|
|
4. Signaleren van achterstanden |
 |
 |
Door het combineren van meerdere indicatoren tot
samenvattende totaalscores kan het systeem worden gebruikt voor het
signaleren van achterstanden (vandaar de naam buurtsignaleringssysteem
die soms wordt gebruikt). Er kunnen bijvoorbeeld totaalscores
worden gebruikt voor woningkwaliteit, welzijnsniveau en
veiligheid. Veel gebieden die werden aangepakt in het kader van
stadsvernieuwing, sociale vernieuwing of grote stedenbeleid zijn mede
geselecteerd op dergelijke scores. Bij de aanpak van onveiligheid in
Amsterdam en Rotterdam wordt vooral ingezet op buurten die ongunstig
scoren op de veiligheidsindex. Sommige gemeenten gebruiken samenvattende
scores zelfs rechtstreeks voor het verdelen van wijkbudgetten of
subsidies.
Scores kunnen zijn gebaseerd op indicatoren uit bestaande registraties,
maar ook op vragen en stellingen in een bewonersenquête. Een voorbeeld
van een score op basis van een bewonersenquête is de score sociale
cohesie (ook wel sociale kwaliteit van de buurt). Deze score is
gebaseerd op antwoorden op vier stellingen over buurtcontacten en
thuis voelen in de buurt.Samengestelde
schaalscore sociale cohesie, Roosendaal.

Bron: Wijkatlas Roosendaal 2005.
|
|
|
5. Statistische buurtinformatie |
 |
 |
Tot slot hebben buurtmonitors vaak nog de algemene
functie van statistische
buurtinformatie. Een belangrijk voordeel van een buurtmonitor is immers
dat veel relevante en uiteenlopende gegevens over de verschillende
buurten en wijken in één bestand of publicatie zijn samengebracht. Het betreft onder
meer gegevens over de bevolkingsopbouw, de woningvoorraad en de sociale
en fysieke woonomgeving. Het systeem werkt daardoor als een soort
naslagwerk voor iedereen die meer wil weten over de situatie in de
verschillende buurten. Deze gegevens zijn in een buurtmonitor eenvoudig
beschikbaar en actueel, terwijl ze zonder een dergelijk systeem alleen
met veel moeite kunnen worden opgevraagd bij de verschillende betrokken
leveranciers. De statistische buurtinformatie wordt weergegeven in
tabellen (met de exacte cijfers), maar meestal ook in kaarten en
grafieken (voor een snel overzicht).Gezondheid
en sportdeelname (Maassluis).

Bron: Gemeenteatlas Maassluis. Gebaseerd op
registraties (gemeente, maatschappelijk werk, GGD) en enquête.
|
| Meer
informatie |
 |
|
|